De visch Ik wierp mijn hengel in het water. De vis beet, en ik ving de vis. Ik doodde de vis, ik kookte de vis,[…]

Dat kon natuurlijk niet missen: een maandgedicht uit de recent gepubliceerde bundel ‘Dorp bij Zomeravond’, een van de tien vroegste gedichten van Willem de Mérode[…]
Voor deze maand heb ik gekozen voor het gedicht De wijnstok. De druiven zijn gerijpt en geplukt; er kan wijn worden gemaakt. Als u het[…]
Voorjaar In wildernissen en plantsoenen Begint het lentelijk geluid Van nestelen, en de blazoenen Van alle bomen hangen uit. ’t Is groen met geluwe schakering[…]
De narcis De wereld werd zeer zuiver en zeer groot, Toen schemering de bleeke lucht vervulde. En liefelijker vlamde de vergulde Bloem in het donker[…]
DE PLUK Een dag in ’t najaar zal het zijn Van blauwe lucht en zonneschijn ‘k Rust aan den warmen heuvelrand En overschouw het brandend[…]
DE NACHTEGAAL Ik wist niet dat de nachtegaal Zijn leven door in zuivren haal De nachten reit aan nachten Door vreugdes teedre klachten Ben ik[…]
DE ROZELAAR Deze kleine rozelaar, O wat geeft hij zich een moeite Om tot zijnen eersten bloei te Komen, o wat valt het zwaar Deze[…]
In den Tuin Geldersche rozen met hun koele Ballen lichten den hemel toe. Seringen waaien paarse zoele Geurige schaduwen, gril en moe. Aan tengre boompjes,[…]
DE DISTEL Van top tot teen één wapen Staat hij in strengen dos. En trots versiert zijn slapen De roode vederbos. Hij wordt van elk[…]