
Tsjaikofski’s symphonic pathetique en Van der Weyden’s Philippe de Croy Ter herinnering aanMaandagavond 4 Oct.1926 De zaal lag schemerig en heet En het publiek hijgde[…]

San Marco Als uw bloode driestheid durfde erkennen, Dat wij samen in den hemel waren, Zou ik dan ’t gemeen geluk niet loven Van dit[…]

Het gedicht ‘De boerenjongen’ verscheen in het tijdschrift ‘Stemmen des tijds’ in 1920. Het werd gebundeld in ‘Het heilig licht’. De boerenjongen Hoe zou zijn[…]

Kunstschilder Johan Dijkstra en zijn vrouw raakten via De Ploeg bevriend met schrijver en dichter Willem de Mérode. In 1924 maakte hij voor het boek[…]

Ik houd van niets zooveel dan van uw handen Ik min u heel en al: uw mond, uw haar, Uw oor, een kleine schelp met[…]

Le tireur de l’épine – fraai en vilein Willem de Mérode was een groot fan van beeldhouwwerken: uit zijn gedichten blijkt een voorliefde voor mannelijke[…]

De mandolinespeler Bij den klank der klare mandoline Zingt zijn warme stem den avond uit, De verrukkingen om ongeziene Weelden kwinklen in zijn zoet geluid.[…]
Graaf August von Platen-Hallermünde was een bekende (homofiele) Duitse dichter en inspiratiebron van zowel Willem Kloos als De Mérode. De ‘Sonette aus Venedig’ van Von[…]
Liedje Heel den avond bracht ik zoek, Kijkend naar die warme prenten Die, als eensklaps volle lente, Prijken in het perkamenten Saaie achttiendeeuwsche boek. En[…]