
De eerste jacht De blanke buks beeft in zijn handen.Zijn vingers trillen aan den haan.Honderd maal loert hij in de laan,Zoo hunkert hij om los[…]

De goudvisschen De Zoon des Hemels heeft mijn hart verheugd.Vanmorgen bracht, gehuld in groene zijde,Zijn kamerheer een porceleinen vijver,Een groote kom, waarlangs glazuren lotusEn riet[…]

Vredigheid, schoonheid, wreedheid, dood en vrijheid verzameld in een paar strofen. Prachtig vind ik de definitie ‘Bol vol boos venijn’ … De spin O kunstenaar,[…]
De visch Ik wierp mijn hengel in het water. De vis beet, en ik ving de vis. Ik doodde de vis, ik kookte de vis,[…]
De titel van het gedicht ‘Toon’ verwijst naar de knecht van hospita Doom in Eerbeek. Het gedicht moest op last van broer Pieter uit de[…]
Ruiter, paard en hond De eene begeleidt, de andre draagt mij. Tot mijn genoegen en in zwaren strijd. Dit zijn bevredigingen en dit plaagt mij,[…]
DE VLIEG Het brommen van een vlieg is in de kamer. Ik kan niet werken door dat domme brommen. 'k Sla met mijn waairen, links[…]