DE RING Van haren dunnen vinger schoof zij den smallen ring. Over haar mond en oogen kwam een verteedering. Alsof zij hem aanschouwde, zoo bloosde[…]
ENVOI ‘s Nachts is mijn geest de heemlen doorgetogen, En scheerde langs der Alpen scherpen top, En ving den glimlach van de meren op, En[…]
Een bijzonder maandgedicht deze keer. De tekst van het gedicht kan enigszins afwijken van het origineel, dat niet meer bestaat. In 1924 leerde Wilma Vermaat,[…]
VOOR OKKE Als gij voor ’t orgel hoog gezeten zijt En zwaar het heilig Gloria doet hooren Of ’t lied van ’t Kindeken, dat, nieuw[…]
SLEDEVAART Herinnering aan vrijdagmorgen 28 december 1923 Dit is het laatst geluk gweest, Dat u en mij op aard’verbindt: Een sledevaart door sneeuw en wind,[…]
De jongen te paard Hij laat den wind maar waaien door zijn haren. Blootshoofds zit hij op ’t steigerende paard. Hij lacht gelukkig; zijn onrustige[…]
II De Gedroomde Zoon – 1928 (5/7) Wie durven deze weelden met mij deelen, Luchtspiegelingen eener eenzaamheid? Slechts die tot veel versterven zijn bereid Vermogen[…]
In januari is gestart met de opname van alle verzen van ‘De gedroomde zoon’. Het gaat om in totaal zeven delen. Deze maand is deel[…]
II De Gedroomde Zoon - 1928 (2/7) O droom, die in een slapeloozen nacht Verschenen zijt voor wakkre brandende oogen. Gij naamt uit mij vorm[…]
II De Gedroomde Zoon - 1928 (1/7) Ik ben geen vader en ik hèb geen zoon. Niets dan een sage is zijn zacht bestaan. Toch[…]