Gedroomde Zoon 2/7 – maandgedicht februari 2008

Stichting Willem de Mérode organiseert een Willem de Mérode-dag op zaterdag 5 september 2026 te Eerbeek. Het belooft een een boeiende literaire dag te worden rond de dichter Willem de Mérode en de romanschrijfster Wilma Vermaat (de vertrouwenspersoon van De Mérode.

De deelnemers komen dan (met eigen vervoer) op twee locaties bij elkaar: Eerbeek, waar De Mérode honderd jaar geleden kwam wonen en in 1939 overleed, en Beekbergen/ Lieren, waar Wilma van 1925 tot 1967 woonde. Komt u ook?

Poster Willem de Mérodedag 2026 te Eerbeek en Beekbergen

II De Gedroomde Zoon - 1928 (2/7)

O droom, die in een slapeloozen nacht Verschenen zijt voor wakkre brandende oogen. Gij naamt uit mij vorm en bestaansvermogen. 'k Heb u verwekt en smartlijk voortgebracht. Eindelijk zie ik, bang, de late pracht Van uw gelaat, o zoon, mij toegebogen: Trillende wimpers over tintlende oogen, Zoo warm en diep en donker als de nacht. Er moet veel eenzaamheid en lijden komen, Eer wij ons troosten mogen met de droomen, Die als een lichten uit ons molm ontstaan. Wij liggen machtloos in het rustig duister, En, moede, zien wij moedig naar den luister Die uit ons opglanst ..., maar wij zijn vergaan.

Uit: De lichtstreep, Deel II, 2/7, geschreven op 1 maart 1928.

CATEGORIES:

maandgedicht

Comments are closed

Latest Comments

  1. Anneke Groot op Reacties