DE SLANG Ze is opgetogen door de buurt gegaan En heeft het laatst sensatienieuws besproken Met naaisters en die in de winkels staan. Het kwaad[…]
DE MARTELAAR Toen heeft zijn hart, lang door zijn angst belet, Een wraakschreeuw naar den hemel uitgestooten En in Gods ooren donderden de schoten Die[…]
DE ZEEVAARDER ’t Is wreed, dat wij voor hen die achterbleven Als dood zijn, maar soms droomen zij van ons: Zoo licht als zaadpluis tot[…]
DE GLASBLAZER Ik schep den Schepper na; door vuur En wind vorm ik een leven puur. De slechte stof wordt door mijn macht Herboren tot[…]
DE MUUR Hij is de sterkte van zeer velen, Die allen hun geduld en kracht Tezamen doen en samen deelen, En worden één onwrikbre macht.[…]
VISITE In de avond dempen zich de stemmen. Men mompelt maar wat voor zich heen. Doch vol van leven niet te temmen Blijft de witte[…]
De vierde regel van het gedicht is op de poort naar de hoofdingang van het Huis der Provincie Gelderland in Arnhem aangebracht. Lees na het[…]
TIREUR DE L’ÉPINE Gereed het ná geluk te mijnen, De grage hand ten greep gestrekt, Voelde ik ten hiel een vlijmen, schrijnen, Dat krampend door[…]
AUGUST VON PLATEN Altijd verlangen naar een zacht gelaafd-zijn En voelen liefde als een onweêr komen, Worstelen om het leven van een vrome, En aan[…]
WINTERAVOND Ook nu het avond wordt, Heer blijven we op U hopen, Het winterdaglicht kort, Hoe traag de dagen kropen. Het water is zoo diep[…]