Laatste update op 22 januari 2014

De vierde regel van het gedicht is op de poort naar de hoofdingang van het Huis der Provincie Gelderland in Arnhem aangebracht. Lees na het gedicht de toelichting hierop.

PRINCELIJK REGIMENT

…dat ick Godt den Heere,
Der Hoogster Majesteyt
Heb moeten obediëren
In der gherechtigcheyt.

Ik koos het heerschen niet, ik ben er toe geboren:
In dit beperkt domein van leven en van tijd,
Die, onder mij geschikt, God blijven toebehooren,
Door een gerecht gericht te leiden met beleid.

Hij, die de wereld schiep, en ons uit éénen bloede
Ontspringen deed, en weer ons uit één bloed herteelt,
Gaf van Zijn macht aan mij, om onheil te verhoeden,
En naar Zijn wil heb 'k loon en gaven uitgedeeld.

Want mij bedwingt Zijn tucht, ook ik voel mij regeeren,
En wordt teruggerukt, als ik de grens vergeet,
Die mijn bevelen scheidt van 't regiment ddes Heeren,
En ik den onderdaan belasten zou met leed.

Maar als 'k onwillens dwaal, (wie uwer zou nooit dolen?
En is de stem des volks wel steeds de stem van God?)
Dan zij mijn zaak den Heer der koningen bevolen,
En buk ik en mijn huis onder Zijn hoog gebod.

Mijn volk heeft Gods genâ steeds voor mij ingeroepen,
Ik roep Zijn zegen in, wij bidden voor elkaâr.
En groeit een godloss heir uit bandelooze groepen,
Wij waren één in vreê, wij zijn één in gevaar.

De volkren kentelen, de koningen gaan onder.
De wereld schokt en schudt, de chaos breekt zich baan.
Maar in de woestenij liet God nog dit stil wonder,
Dat als een groene tuin ik en mijn volk bestaan.

Uit: Langs Den Heirweg (1926-1932), geschreven op 3 augustus 1932

Toelichting op dit gedicht

Op een vraag van de heer Eijgenraam van de Provincie Gelderland, zijn Hans Werkman en Helma de Boer eens dieper in de archieven gedoken. Zijn vraag: “Weet u misschien uit welk gedicht de regel
‘Door een gerecht gericht te leiden met beleid’ afkomstig is?”. Hieronder het resultaat van de speurtocht en het antwoord op de vraag van de heer Eijgenraam.

Ton Burgers

Van de website tuintonen.web-log.nl door Ton Burgers:

Het Provinciehuis heeft een eigen, duidelijke stijl, en terecht is dat rijksmonument geworden. De tekst aan de ingang: “Door een gerecht gericht te Leiden met beleid” is uit een gedicht van Willem de Mérode, heeft mooie allitteraties, maar ik vind hem tamelijk onbegrijpelijk.

Het slaat terug op het laatste (15e) couplet van het Wilhelmus en betekent dat de overheid gehouden is rechtvaardigheid te betrachten in zijn bestuurlijke werk. De tekst in de poort vind ik aansprekender: “Door aards geweld terneer gebracht (Devastata 1944) – Wat God herstelt heeft groter kracht (Renovata 1954)”.

Hans Werkman

Er begon meteen iets te kriebelen. De Mérode heeft drie keer een Oranje-achtig gedicht geschreven, niet zijn beste. Ik bespreek ze in hoofdstuk 32 van mijn nieuwe boek over De Mérode (net maandag verschenen: ‘Bitterzoete overvloed’). De regel is uit Princelijk Regiment (VG 962) (leiden met een kleine letter). De interpretatie van de regel klopt wel.

De Mérode stuurde dit gedicht aan Wilhelmina met de vraag of hij het openlijk aan haar mocht opdragen. Dat mocht niet, antwoordde haar secretariaat, want in het gedicht leek het net alsof zij alleen de koningin van de Antirevolutionairen was.

Waarschijnlijk heeft Jaap Romijn bedacht om het te bestemmen voor het Provinciehuis in Arnhem. Hij liet in de Tweede Wereldoorlog 5000 exemplaren van het gedicht drukken en die gingen grif van de hand.

Ik wist het niet van die regel in Arnhem. Dat zal ik gebruiken als ik in Arnhem een lezing houd over De Mérode, op donderdag 14 april 2011, in boekhandel Selexyz Dekker in het oude postkantoor aan het Jansplein 56, half acht tot kwart voor negen. Eerder al in Ede, boekhandel Het Paard van Troje, donderdag 24 maart, acht uur tot half tien.

Categorieën: maandgedicht