Laatste update op 29 oktober 2016

Le tireur de l’épine – fraai en vilein

Spinario - voorkant onderzoekWillem de Mérode was een groot fan van beeldhouwwerken: uit zijn gedichten blijkt een voorliefde voor mannelijke koppen, mannenlijven en knapen. Hij schreef twee gedichten met de titel ‘Le tireur de l’épine’. Het is de Franse benaming van het  wereldberoemde beeld ‘de doornuittrekker’, ook wel ‘Lo Spinario’, ‘Boy with thorn’, ‘Jongen met een doorn in de voet’ of ‘Fedele’.

Wie was nu die Spinario? Ik ging op onderzoek uit en het ventje werd uiteindelijk het onderwerp van mijn verdiepingsonderzoek voor de minor Cultuureducatie.

Op dit Pinterest-prikboard vind je een verzameling van verschillende doornuittrekkers. Hieronder vind je beide gedichten van Willem de Mérode over dit fraaie en vileine beeld.

Versie 1 uit 1911:

Tireur de l’épine (1)

Mijn oog volgt al de lenig-weeke lijnen
Van uw gestalte tot den fijnen voet
Dien gij behendig van den doorn ontdoet,
Opdat de wonde plek niet meer zal schrijnen

Meedoogend zien uw oogen naar den kleinen
Nauw te bespeuren snede, waar het bloed,
Een rood robijntje met donkren gloed,
Stillende lafenis is voor de pijnen.

Gij zit zoo rustig en uw schoone oogen
Vragen verwonderend en nieuwsgierig tevens
‘Hoe geef zóó kleine doren smarten en waarom?

En wàt is vreugde die mijn oogen zagen
Uit blanken voet, waarop een drop des levens
Gelijk een brooze donkerroode roze glom?’

Uit: Nalezing I van Verzamelde Gedichten (1909-1915), geschreven op: 10-07-1911.

Versie 2 uit 1913:

Tireur de l’épine (2)

Gereed het ná geluk te mijnen,
De grage hand ten greep gestrekt,
Voelde ik ten hiel een vlijmen, schrijnen,
Dat krampend door mijn spieren trekt.

O, bij het haastig voorwaarts kruipen,
Wist ik het vurige venijn
des doorns mijn teedre pees doorsluipen…
Ik greep – maar viel terug van pijn.

De vogel vlood… Op koele zode
Pleegde ik den ras ontblooten voet,
En, smartend pogen, uit de roode
Quetsure perste ik doorn en bloed.

Wel spoedig werd de wond tot male,
Doch immer brandt die scherpe pijn.
En ach, ter meerdring mijner kwale,
De vogel náákt, nu ik verkwijn.

Uit: Nalezing I, Verzamelde Gedichten (1909-1915), geschreven op: 28-03-1913

Links


0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

82 − 74 =