Na het overlijden van Willem de Mérode in 1939, verscheen in het najaar een ballade over de dichter in Opwaartsche Wegen. Muus Jacobse schreef het gedicht.
In memoriam Willem de Mérode
De tweede strofe van het gedicht luidt:
“Mijn zinnen rijpten tot een overvloeien
van liefde en verlangen zich te geven
geurend als rozen, hun bedwelmend bloeien
naar de bevruchting van de nacht geheven:
O nachten van geluk en zalig beven
en dromen, in een mateloos vermoeien,
hoe ik als moeder met het kind zou stoeien,
tot het vertrouwend aan mijn schouder rustte…
anders was ik – geen die mijn lippen kuste.
Anders was ik – dat heb ik steeds misdreven.
Want mijn vertederingen en mijn lusten
hebben zij nooit verstaan en nooit vergeven –
Anders was ik, anders ben ik gebleven.”
0 reacties