Laatste update op 10 april 2013

‘Waar het alles vandaan komt, weet ik niet, maar dit is zeker, wat ik schrijf heeft te maken met de lange ziektejaren van vroeger en met het leven zoals het daarna tot mij kwam, met al de droefheid en al het lijden dat er in de wereld is’, schreef Wilma in 1950.

Overgevoelig

Wilma werd als Willemina Vermaat op 14 mei 1873 geboren in het Betuwse Zetten. Haar moeder stierf toen zij elf jaar was. De jaren hierna vielen het overgevoelige meisje zwaar. Een streng godsdienstige tante zorgde voor het huishouden. De vader, een studieuze en in zichzelf gekeerde leraar, vervreemdde van zijn gezin. Wilma bezocht de kweekschool en werkte korte tijd in het onderwijs in Apeldoorn. Rond haar twintigste viel zij viel ten prooi aan een langdurige en ernstige lichamelijke en psychische crisis. Tijdens de eerste wereldoorlog raakte Wilma betrokken bij groepen die steun verleenden aan vluchtelingen en oorlogsslachtoffers. Ze kwam in contact met de pacifist Kees Boeke en sloot zich aan bij zijn beweging. In de jaren twintig betrok ze samen met twee zusters een huis, de Neumshutte in de bossen bij Beekbergen.

Opwaartse wegen

In deze periode ging Wilma zich geheel op het schrijven toeleggen. Ze vond blijvende inspiratie in evangelische stromingen als de Möttlingerbeweging en de Christen-gemeinschaft. In de volgende decennia bouwde ze een naam op in de christelijk georiënteerde Nederlandse literatuur. Ze publiceerde in de tijdschriften Opwaartsche wegen en Ontmoeting. Meer dan veertig romans en novellen verschenen van haar hand. Met Willem de Mérode, Roel Houwink, H.M. van Randwijk, Bert Bakker en Klaas Heeroma onderhield zij goede contacten. De taal kundige Heeroma redigeerde en corrigeerde een aantal van haar romans. Wilma bleef schrijven tot aan haar dood in 1967. Ze was een smalle, breekbare vrouw, maar met een enorme geestkracht die gevoed werd door haar religieuze beleving en haar betrokkenheid bij haar medemensen.

Helpende hand

Het centrale thema in het werk van Wilma is wat ze eens ‘het pijnlijk raadsel van het lijden’ genoemd heeft. Waarom worden mensen soms zo gekweld door ziekte, gebrek, seksuele, maatschappelijke en psychische nood, en hoe kunnen ze geholpen worden. Voor Wilma is het belangrijk dat een mens in nood steun kan vinden bij een geestverwant, een helpende hand. Hoewel hierbij een sterk religieus element aanwezig is, gaat het bij Wilma toch om relaties tussen mensen en wat ze voor elkaar kunnen betekenen. Daarnaast legde ze ook de nadruk op de helende kracht van de natuur. Voor Wilma was dit niet alleen een literair thema, maar ook een levensvisie die ze zelf in praktijk bracht.

God’s gevangene

‘Een monsterproduct, Gifgas, Een zeer onzedelijk boekje, Weerzinwekkend, Smoezelig gedoe’. Zo werd de roman God’s gevangene van Wilma in de kritieken gekwalificeerd. Het boek, gepubliceerd in 1923, is het meest controversiele uit haar oeuvre. Dat kwam door de themathiek en de wijze waarop zij deze behandelde. God’s gevangene is het verhaal van een homofiele onderwijzer in een kleine dorpsgemeenschap die vanwege zijn geaardheid door zijn omgeving als paria wordt behandeld en in een diep innerlijk conflict geraakt. Aan het eind van de roman wordt hem een uitweg geboden: in feite is hij een uitverkorene van God, voorbestemd voor een hogere, platonische, zuivere liefde. Deze beperkte vorm van acceptatie van homofilie ging echter al veel tijdgenoten te ver.

Herkenbaar

Wilma heeft vrienden verloren na de publicatie van God’s gevangene, maar ze kreeg er ook nieuwe bij. De dichter Willem de Mérode was een van hen. Er is wel gesuggereerd dat De Mérode model stond voor de hoofdpersoon in Wilma’s roman. In werkelijkheid schreef zij God’s gevangene voor Anton Kraak, lid van de groep rond Hein Boeke en vanaf het begin van de jaren twintig nauw met haar bevriend. Met de uitweg die zij de homo bood uit zijn innerlijke strijd legde Wilma hem een beperking op die momenteel waarschijnlijk niet als een oplossing zou worden beschouwd. Wilma heeft later erkend dat de eis van onthouding wel een erg hoge was, waaraan door slechts weinigen zou kunnen worden voldaan. Haar overtuiging liet haar echter geen andere keus. Voor de ontkerstende, rationele lezer van de jaren negentig blijft God’s gevangene een indringende en ontroerende roman met een nog steeds herkenbare thematiek.

Het verzameld werk van Wilma bevindt zich in de Bibliotheek Apeldoorn in een samenhangende collectie die aan de bibliotheek in permanente bruikleen is gegeven door de Wilma-Stichting. De boeken dateren uit de periode 1900-1950. Dankzij Metamorfoze wordt de collectie nu geconserveerd en voor het nageslacht bewaard. Wellicht de ultieme overwinning van Wilma op haar critici.

© Dennis Schouten

Categorieën: artikelarchief

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *