Gepubliceerd op: 4 september 1987, Reformatorisch Dagblad
H.H.J. van As

In de kerk die hij verliet klinken nu zijn doorworstelde verzen

Willem de Mérode kreeg gedenktekens in Uithuizermeeden

Het is eindelijk zover: meer dan zestig jaar na zijn ‘verbanning’ uit Uithuizermeeden op het Groninger Hogeland heeft de dichter Willem de Mérode — in de wereld de onderwijzer Willem Eduard Keuning — in dit dorp eindelijk zijn monument. En de burgemeester van Hefshuizen, waartoe Uithuizermeeden met Roodeschool c.s. behoort, zegde toe dat er wat zijn bestuur betreft ook een De Mérodestraat kan komen. Dat het zolang heeft geduurd, heeft mede te maken met het oude zeer van hen die nog bij de boeiende verteller meester Keuning in de klas hebben gezeten of die zijn breuk met de Geref. Kerken en de oorzaak daarvan niet konden vergeten.

Eergisteren was het precies een eeuw geleden dat Willem Keuning in het nabij Uithuizermeeden gelegen Spijk werd geboren als zoon van de gereformeerde, sociaal bewogen en daarom wel ”rode meester” genoemde onderwijzer Jan Keuning. Vooral dank zij de eveneens uit Uithuizermeeden stammende biograaf van De Mérode, Hans Werkman, was deze eerste eeuwfeestherdenking een aaneenschakeling van waardevolle evenementen.

Verzamelde poëzie

Die begonnen met een literaire rondrit langs de wereld van Keuning/De Mérode tot in het ”rampjaar” 1924 en die eindigden met een zeer druk bezochte bijeenkomst in de geref. kerk (vrijgemaakt) van Uithuizermeeden, hetzelfde gebouw waar meester Willem Keuning vanaf 1907 tot 1924 op zondag telkens één keer de geref. erediensten bijwoonde, daarbij gesticht door het orgelspel van boer Ubbens, de vader van de nu bejaarde Ekko Ubbens, die een van Keunings leerlingen en vertrouwelingen was.
Tussen rit en kerk bevonden zich de onthulling van een gedenkplaat aan het geboortehuis van De Mérode, de presentatie van de (door Werkman in twee dikke delen) “Verzamelde Gedichten”, de aanbieding van het zeer waardevolle speciale De-Mérodenummer van het chr. literair tijdschrift Woordwerk en de opening van de expositie over leven en werk van de onderwijzer-dichter in het Bommelhoes bij de Lijnbaan, tegenover het nieuwe gedenkteken voor deze „grootste orthodox-protestantse dichter tussen de wereldoorlogen”. Die tentoonstelling zal later onder meer ook op de Wegwijsbeurs in de Jaarbeurs te zien zijn.

“Donker leven”

Het zal overigens niet meevallen om de geciteerde kwalificatie te ontzenuwen, al kan men desgewenst dat ”grootste” ook laten slaan op de enorme produktie van De Mérode: van de wel 2300 gedichten heeft Werkman er in zijn uitgave zo”n 1500 opgenomen, want het is niet van belang om alle vingeroefeningen en rijmsels en varianten in een onbetaalbaar wordende uitgave voor een breed publiek uit te stallen.

Van alle herdenkingsactiviteiten noemde Werkman —terecht— die mooi verzorgde poëzieuitgave het belangrijkst, want het gaat ten leste om het wérk van de auteur, niet om zijn woonhuis of gedenkteken. Ik wil daarbij ook met nadruk het Woordwerknummer noemen; op beide uitgaven komen we uitvoeriger terug. Eerst nu een beeld van de “De-Méroderoute”, die de ANWB desgewenst zou kunnen uitzetten in Noord-Groningen.

In Spijk bezochten we het huis dat Jan Keuning betrok als onderwijzer en waar Willem ter wereld kwam. De huidige bewoners aan de Hoofdweg 6 op de hoek van de Schoolstraat, fam. J. A. Oosten, hebben het geheel in oude staat hersteld en ze lieten ons het fraaie pand zien. De (waarnemend) burgemeester van Bierum, waartoe Spijk behoort, onthulde een nieuwe stenen gevelgedenksteen, waarop onder meer De Mérode”s wel zeer toepasselijke versregels „In eenzaamheden vloeide uw donker leven/Uit in een stroom van vloeiende gedichten”.

“Boerenkinkels”

De school van Jan Keuning, direct achter zijn woonhuis, is in 1968 afgebroken. Via het platteland buiten Spijk en Uithuizermeeden, waar ons gewezen werd waar boer Ubbens en de ouders van De Mérode”s andere jeugdige vriend Jaap Woltjer woonden en waar Willem Keuning als kind rondzwierf, kwamen we in Uithuizermeeden waar Willem aan Hoofdstraat 190 in de kost lag bij de onderwijzersweduwe juffrouw Van der Schaar. Die had ook nog een hervormde onderwijzer als kostganger, maar met hem had Willem Keuning, onderwijzer van onder andere klas vier der gereformeerde school, nauwelijks contact.
Zoals hij trouwens toch met de lokale bevolking (”boerenkinkels”) buiten het klaslokaal en de kerk om geen gemeenschap zocht. Aan een vriend schreef hij dat ze hem toch niet begrepen en slechts weinigen —onder wie zijn jonge vrienden Ekko en Jaap— wisten van zijn dichtersarbeid en ze lieten zich zijn vele attenties in de vorm van boeken en voor hen geschreven verzen welgevallen. Maar van zijn homofiele gaardheid wist vrijwel niemand iets af tót die éne, door hem tegenover God en kerk als zonde beleden, misstap. Maar toen moest hij hier weg om als balling bij juffrouw Doom aan de Ringlaan in Eerbeek zijn jaren te slijten, ten dele door zijn familie financieel ondersteund.

Herkenbaar teken?

We wonen aan de Lijnbaan de onthulling bij van zijn monument, vervaardigd door Fred Mennens uit Roodeschool. Het werd geen borstbeeld of dichter in brons of steen en ik vraag me af of de herkenbaarheid nu wel groot zal zijn. In een rond ”eilandje” van schelpen vinden we vier zwarte (marmeren?) grondplaten waarboven zich vier rode bakstenen gotische spitsbogen buigen die elkaar op twee meter hoogte raken in een soort rozet. Daarbovenop ligt een polyester met schuim gevuld hardblauw (of was paars bedoeld? in elk geval niet roze…) kussen en boven dit kussen bevindt zich een geëmailleerde crème kubus van een halve meter hoog met op drie zijden dichtregels van De Mérode en op de vierde een brieftekst (aan de dichteres mevr. Poley-Scheele te Goes), waarin Keuning klaagt: „Het schrijven van verzen kost pijn, moeite, gezondheid (…)”

De teksten zijn in dermate kleine letter uitgevoerd en zonder bronvermelding of biografische notitie over De Mérode dat ik mij afvraag of toevallige voorbijgangers die zijn werk en de band met dat dorp niet kennen hierdoor nader komen tot deze grote dichter. Ekko Ubbens, die als knaap onbewust De Mérode inspireerde tot veel verzen, onthulde het monument en beleed —ook later in de kerk— dat hij fout gehandeld had door na de ”val” van meester Keuning nooit meer contact met hem te willen hebben en hem bij zijn leven niet meer vergeving en verzoening te hebben geboden.

Lust en boete

Twee van de drie verzen op het monument zijn in Uithuizermeeden ontstaan. De ene is het bekende “Is er nood die meerder nijpen kan dan deze:/ in liefdes lusthof zijn een eenzaam man en een bevreesde?” uit zijn debuut (1915) “Gestalten en Stemmingen”. De andere tekst, uit 1920, zingt hoe de avond en de liefde beide rust geven. En uit Eerbeek (1928) stamt zijn lange gedicht “De Pauw”, waaraan de regels “Gods toorn heeft lout”rend uitgeboet,/ Hij ziet mij aan en keurt mij goed” ontleend werden.
Na het monument —voor de onthulling daarvan bleek minister Brinkman geen tijd te hebben!— kwam in het dorpshuis het échte gedenkteken: uitgever Wim Hazeu (De Prom, onderdeel van Bosch & Keuning waarvan een der oprichters een broer was van Willem de Mérode) presenteerde de twee dikke delen met gedichten van De Mérode, in een editie „waarover de dichter, bekend om zijn lastige houding jegens de uitgevers van zijn bundels, zelf tevreden zou zijn geweest”. Hazeu laakte het dat de NCRV, waarvoor hij in 1977 met Werkman, Ubbens e.a. een film over De Mérode maakte, deze niet heruitzond en nu de herdenking aan de EO overliet. Op video was de film in de expositie te bekijken. Daar lagen veel brieven, boeken, handschriften en voorwerpen van en over De Mérode, waaronder een hem door pater Jos van Wely geschonken rozenkrans.

Verzoening

Willems nicht mevr. Van der Graaf -dochter van Piet Keuning, de in Spijk nu nog bekende auteur van “Kinderen in verstand en in boosheid”— nam de gedichten in ontvangst en prees de charmante vasthoudendheid van Werkman. Groninger gedeputeerde Beukema bleef zijn reserves houden jegens de hem nauwelijks bekende dichter en burgemeester Zandbergen kreeg voor het nieuwe raadhuis een ingelijst handschrift van De Mérode mee: het vers “Ontmoeting”, dat begint met „Wat hebben wij elkaar gedaan”.

In de kerk, waar Ekko Ubbens ons de plaats wees waar De Mérode altijd zat, kwamen drie sprekers over aspecten van de dichter en zijn werk aan het woord: dr. G. Puchinger herdacht De Mérode en achtte hem als dichter van het orthodox-protestantse volksdeel groter dan de vooral letterkundige Geerten Gossaert. Ubbens verhaalde zijn jeugdherinneringen aan en ontmoetingen met meester Keuning en Werkman ging de banden tussen Uithuizermeeden en De Mérode na, ook de negatieve en de roddelpraat over Keuning en de kerkeraad met ds. Lugtigheid, die de onderwijzer schorste. Hij deed een klemmend beroep op de bevolking om déze bijeenkomst in déze kerk ook als een verzoening te ervaren. Ook de burgemeester vroeg van zijn ”onderdanen” om het monument waardig te houden en de betekenis ervan goed te beseffen.


0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

57 + = 64