Laatste update op 1 juni 2013

Recensie over de biografie Bitterzoete overvloed van Hans Werkman

Door Martin Maassen, op Gay News, 20 november 2011

God boog de rechte lijn; ’t begin Raakt aan het eind, de cirkel sluit. De hemel heeft zijn zaalge buit. En – harts verlies blijkt harts gewin. Uit: Finis (1934)

Het zal niet vaak gebeuren dat er over een schrijver of dichter drie biografieën worden geschreven door een en dezelfde biograaf. Het is de dichter Willem de Mérode (1887-1939) nu overkomen.

Zijn biograaf, Hans Werkman, zag aanleiding genoeg om de laatstverschenen biografie van 1983 eens grondig te herschrijven. Werkman vond nieuwe feiten en inzichten die een derde, nog vollediger biografie rechtvaardigden. En terecht.

Een jongenszaak

BitterzoeteOvervloed-bookcover

Willem de Mérode (een pseudoniem voor Willem Eduard Keuning) schreef tijdens zijn korte leven 2326 aan de buitenwereld bekende gedichten. “Ik kan naar niets kijken of aan niets denken of ik heb versregels in mijn hoofd.”

Tot 1924 beperkte dat schrijven zich tot de momenten waarop De Mérode niet voor zijn klas moest staan.

De Mérode was onderwijzer op de Gereformeerde school van Uithuizermeeden, maar werd in 1924 op staande voet ontslagen vanwege een “jongenszaak” met Jaap K. Op grond van artikel 248-bis uit het wetboek van strafrecht was sinds 1911 (en tot 1971) homoseksueel contact van een meerderjarige met iemand tussen de zestien en eenentwintig strafbaar gesteld. Voor hetero’s gold de leeftijd van zestien.

De Mérode vond het achteraf “oer-oerstom” dat hij aan de wensen van Jaap toegaf: “Ik geef er totaal niets om. Als ik een jongen maar een beetje mag verwennen. Jopie gaf er nu wel om, en omdat hij zo aardig was geweest om mij te willen troosten toen Okke wegging, zei ik: nou vooruit, fiat, laat ik het dan maar doen.” Opvallend was trouwens dat Jaap De Mérode zijn hele leven als vriend trouw bleef…

Okke, die in werkelijkheid Ekko Ubbens heette, was De Mérode’s grote liefde: “Hij had goudachtig lichtbruin haar, en verwonderde blauwe ogen in een ovaal, altijd prettig gezichtje.” Volgens Werkman bleef Okke “de blonde prins van zijn poëzie.”

Uit de sonnettencyclus “De rouwtoorts” (1926) citeert Werkman strofen die De Mérode schreef naar aanleiding van zijn gedwongen afscheid van Okke:
Stille genegenheden tussen ons,
Ze zijn in weinig woorden uitgeschreven,
Uw tengre polsen hebben hun gebons
Voor eeuwig in mijn handen ingedreven.

Het contact met Okke werd na de veroordeling van de Mérode in 1924 verbroken. De ouders van de jongen vernietigden zelfs alle brieven die de Mérode aan zijn object van verlangen geschreven had.

De homowereld

Voor de dreun van 1924 had De Mérode al contact gezocht met gevoelsgenoten via jhr. mr. dr. J.A. Schorer. Schorer had in 1911, naar Duits voorbeeld van Magnus Hirschfeld, het Nederlandsch Wetenschappelijk Humanitair Comité (NWHK) opgericht, de voorloper van het COC. Zo maakte De Mérode kennis met onderwijzer Jo Pater met wie hij door Duitsland trok, maar ook met de bekende letterkundige P.J. Meertens.

Hij nam ook al jong kennis van de homoseksuele Duitse dichter August Graf von Platen (1796-1835) die door Werkman als volgt wordt beschreven: “Von Platen koesterde het ideaal van een duurzame geestelijke relatie met een liefst blonde en kunstzinnige jongeman. Lichamelijke seksualiteit, die hij ‘begeerte’ of ‘zinnelijkheid’ noemde, wenste hij te vermijden; de relatie moest in liefdevolle zelfdiscipline ‘een gemeenschap van onthouding’ zijn. Dit was Willem Keuning op het lijf geschreven.”

In een gedicht uit 1912 vat De Mérode Von Platen’s leven samen:
Uw leven is zeer droef, maar schoon geweest.
Gij bleeft, verdwaasd, naar eene liefde haken
(Die zuiver was, hoewel haar menschen laken)
Als kinderen verlangen naar een feest.

Kampeerders onder leiding van Jo Pater, met in het midden Willem de Mérode met pet

Kampeerders onder leiding van Jo Pater, met in het midden Willem de Mérode met pet

Ekko Ubbens, circa 1921 (15 jaar)

Inspirator Ekko (“Okke”) Ubbens, circa 1921 (15 jaar)

De Mérode vertrekt na zijn detentietijd uit het Hoge Noorden. Hij vindt korte tijd onderdak bij Annie Mankes-Zernike in Rotterdam, de eerste vrouwelijke, van oorsprong Doopsgezinde, predikant van Nederland. Via Annie Mankes komt De Mérode op een boerderij in Eerbeek terecht waar hij tot zijn dood blijft wonen.

De Mérode (tweede van rechts) met links naast hem de Chistelijke schrijfster Wilma Vermaat - juni 1925

De Mérode (tweede van rechts) met links naast hem de Chistelijke schrijfster Wilma Vermaat – juni 1925

Kerkelijk gebonden is De Mérode dan niet meer. De kerkenraad van de Gereformeerde Kerk van Uithuizermeeden wil dat hij voor de kerkenraad zijn schuld belijdt vanwege overtreding van het zevende gebod (“gij zult niet echtbreken”).

De Mérode wil daar niet aan. In Eerbeek schrijft hij vijfentwintig van zijn vijfendertig gedichtenbundels. De meeste daarvan zijn diepdoorleefd religieus met een voortdurende hang naar “de gedroomde zoon.”

De cirkel sluit

Het is de verdienste van Hans Werkman dat hij de metamorfose van De Mérode “van neo-romanticus tot hoekige expressionist” goed weet te beschrijven. Zonder worstelingen en naakte feiten te verdoezelen. Zo is er een integere biografie ontstaan over een dichter die van zichzelf zei dat hij het eeuwige vechten niet kon volhouden. Daarbij zij het Werkman vergeven dat hij zo ontzettend vaak op z’n reformatorisch duidelijk probeert te maken dat De Mérode “het” vooral niet deed met de jongens. Geen “praktisering,” wel sublimering. “Niet in de richting van actieve seksualiteit,” wel een waslijst aan jongensvriendschappen.

Willem de Mérode, gefotografeerd ter gelegenheid van zijn 25-jarig dichtersjubileum op 1 maart 1936

Willem de Mérode, gefotografeerd ter gelegenheid van zijn 25-jarig dichtersjubileum op 1 maart 1936

De Mérode wordt in 1936 per ongeluk (zijn strafblad was niet bekend, MM) gerehabiliteerd via een ridderorde. Zijn persoonlijke had hij al eerder gevonden in het bezoek van de ouders van Okke aan Eerbeek.

Maar de grootste publieke rehabilitatie was voor de Mérode ongetwijfeld de postume onthulling in 1997 van een gedenkteken voor hem in Uithuizermeeden. Een onthulling die Okke (Ekko Ubbens) verrichtte. Dezelfde Okke die tijdens het leven van De Mérode zich niet meer met hem kon verzoenen. Zo sloot de cirkel zich toch nog.

Willem de Mérode, gefotografeerd ter gelegenheid van zijn 25-jarig dichtersjubileum op 1 maart 1936

Hans Werkman, Bitterzoete overvloed: De wereld van Willem de Mérode. Soesterberg: Uitgeverij Aspekt, 2011, 424 blz., ISBN 9789461530394
In 2010 verscheen: Willem de Mérode, De gedroomde zoon: 100 gedichten. Gekozen door Willem Jan Otten en Hans Werkman. Soesterberg: Uitgeverij Aspekt, 2010, 128 blz., ISBN 9789059119994

Categorieën: artikelarchief

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

4 + 5 =