Laatste update op 29 december 2013

Artikel door Olaf Korder over het boek ‘Okke’ (1993)

Willem Eduard Keuning (1887-1939) was meester van een lagere school in Uithuizermeeden. Hoewel de leerlingen van zijn vertelkunst genoten en ouders de ongetrouwde onderwijzer prezen, was hij een eenzaam mens met een wanhopig geheim. Als Willem De Mérode bezong hij Gods schepping in de christelijke bladen, maar hij verborg zijn hartstocht voor de schoonheid van opgroeiende knapen. Hij hield van hun levensvreugde, zachtheid en kwajongensachtige vermetelheid. In 1911 werd hij verliefd op een 17-jarige medestudent: “Gij zaagt mij aan met groot-verwonderde oogen, En nog weet ik dien eersten teeren blik, En nog voel ik dien zalig-zoeten schrik, Ik zou voortaan alleen u minnen mogen”. De liefde werd niet beantwoord. Er volgden andere aanbedenen: knapen uit het dorp, jochies uit zijn klas.

In 1915 werden de 10-jarige Okke en Jaap zijn leerlingen. Ook toen de jongens van school af waren, bleef het contact in stand. De Mérode legde een claim op de jongens, dwong hun vriendschap af. Ze bezochten hem tijdens ziektes en vrolijkten hem op. De Mérode dichtte over de guitige Jaap, maar vooral over de serieuze Okke, zijn ideale jongen. Vaak kreeg deze een boekje met poëzie mee, maar hij keek er nauwelijks in. Februari 1924 hoorden Jaap en Okke dat hun vroegere meester zich misdragen had met een 16-jarige jongen. De Mérode werd ontslagen en wegens art. 248bis tot acht maanden veroordeeld. De kerkeraad van Uithuizermeede verwachtte een openbare schuldbekentenis. Hij weigerde zijn homoseksuele handelingen en gevoelens te verwerpen en onttrok zich aan de Gereformeerde gemeenschap.

Okke wilde hem nooit meer zien, reageerde niet op brieven en of toegezonden bundels. Toch bleef hij het idool voor De Mérode. In 1934 maakte De Mérode het boek OKKE. Beginnend met portretten van het 12-jarige joch: “Hij wist niet wat er wentele en wrong, Diep in mijn ziel, wat onrust hij bezwoor, Zijn lach was argeloos gelijk tevoor, Zijn oogen als zijn zingen stralend jong.” Eindigend met de pijn over de verloren geliefde: “Gij kunt mij niet meer uit uw leven dringen, Omdat ik heersch in uw herinneringen, Zoals een damp naakt opstijgt uit de zee, Om in zijn witte duister u te hullen, En heel uw worstlend wezen te vervullen, Met zijn benauwing en verstikkend wee”.

Willem De Mérode trok zich, als een uitgestotene, terug in stilte en eenzaamheid. Hij had zijn reputatie in de christelijke letterkundige goegemeente verspeeld, was een ontspoorde die net als Oscar Wilde en Paul Verlaine ‘den geest van Sodom en Gomorra boven Christus in zijn ziel liet heerschen’. Zijn dichterschap hield stand en na aanvankelijke moeite lukte het hem een bestaan als literator op te bouwen. Hij putte zich uit, werkte nachtenlang door: zijn arts moest hem zelfs het schrijven verbieden. Betrekkelijk kort voor zijn dood werd hij, de veroordeelde, ridder in de Orde van Oranje-Nassau. September 1987 werd het eeuwfeest van De Mérodes geboorte gevierd. Er werd een monument onthuld en er was een herdenkingsdienst in Uithuizermeeden. De 81-jarige Okke betuigde zijn spijt in de Gereformeerde kerk, hij was te hardvochtig geweest. Van NRC tot Gay-krant werd bericht over de schone jongeling die, oud geworden, zijn dode pedofiele meester eer bewijst.

Ziektevers (voor Okke)

Hij zat gemaklijk op den rand van ’t bed,
En sprak van school en leuke jongensspelen,
En hoe de vreemde talen hem vervelen,
En van de vrije Zaterdagsche pret.

Ik luisterde gelukkig, want het was
Of ’t leven aan mijn leger kwinkeleerde.
Kwellende koorts, die mij verdervend deerde,
Verdoofde, tot de felle pijn genas.

Toen ik, een avond lang en zeer bevreesd,
Ben voor de poorten van den dood geweest,
Kwam plots zijn jonge stem mij achterhalen.

Mijn oogen nog vol nare duisternis,
Zag ik verrast, hoe klaar de luister is
Van trouw, die onbevreesd zoo diep durft dalen.

Willem de Mérode

Olaf Korder

van: Roze gedichten – Oud Roze Auteurs – over de homoseksualiteit van Willem en het boek ‘Okke’

© Olaf Korder/Gerard Kool


Noot webmaster: Olaf Korder is het pseudoniem van Gerard Kool (geboren op 4 augustus 1949 in Utrecht).
Het artikel is ook verschenen in het ‘Andersblad’ – 1993

Categorieën: artikelarchief

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *