Zomers einde – maandgedicht oktober 2016

nazomer, regenbui

Stichting Willem de Mérode organiseert een Willem de Mérode-dag op zaterdag 5 september 2026 te Eerbeek. Het belooft een een boeiende literaire dag te worden rond de dichter Willem de Mérode en de romanschrijfster Wilma Vermaat (de vertrouwenspersoon van De Mérode.

De deelnemers komen dan (met eigen vervoer) op twee locaties bij elkaar: Eerbeek, waar De Mérode honderd jaar geleden kwam wonen en in 1939 overleed, en Beekbergen/ Lieren, waar Wilma van 1925 tot 1967 woonde. Komt u ook?

Poster Willem de Mérodedag 2026 te Eerbeek en Beekbergen

De gulle zomer eindigt in een zware bui. Met ’t ooft in dit gedicht worden appels en peren bedoeld, boomvruchten.

Zomers einde

Er is een groote regen losgekomen,
Zooals soms in ontruste nacht de droomen
Van een heel leven, saâmgedrongen
Tot één droom, door ons slapen zongen,
Zoo is de zomer in dit zware ruischen
Geperst, en spat uiteen en is gedaan.
Reeds morgen zullen wijd de hemelsluizen
Voor ’t plassen van het najaar openstaan.

De paden van den tuin zijn breede stroomen
Geworden, die door sprieterige zoomen
Gras van de meren zijn gescheiden:
De perken, waarin bloemen lijden.
Het struikgewas, verwirrewaaid, verpletterd,
Zwenkt treurig tallenkanten heen en weer.
En uit de hooge boomen kletst en klettert
Een bui dor hout en zwakke takken neêr.

Ten bongerd, hoeveel vruchten zijn ontvlogen
Aan ’t vast verband voor ongewisheids logen.
Zij lieten zekerheid van lot en voortbestaan
Om vrij, als vagebonden, dood te gaan.
Misschien dat straks de tuinman of zijn knapen
Hen, zwaar beschadigd, in hun manden rapen.
Maar ’t ooft, geduldig dragend tijd en duur,
Wordt rijp geplukt op ’t volslagen uur.

Uit: Verzamelde Gedichten, nalezing VIII (1929-1932), geschreven op: 19 september 1932

CATEGORIES:

maandgedicht

No responses yet

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Latest Comments

  1. Anneke Groot op Reacties