Meisje in ’t voorjaar

De kastanje lijkt een tulpenboom
Met negerbruine en geliggroene bloemen.
Reeds zie ik een grootsch visioen opdoemen:
Een gloeiend groen in een witte lichtstroom.

De schaduw strijkt nog over den grond,
Een leeg sleepnet, maar mijn verlangen
Is in zwart lommer te zijn gevangen
En moede te wezen en gewond.

Er is een voorgevoelen van aanstaande
Smarten; de schaduw valt straks zwaar.
De bladeren zijn handen, opengaande,
En snel streelende langs mijn haar.

Verschenen in Verzamelde Gedichten, Nalezing IX

Categorieën: maandgedicht

0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

− 8 = 1