III De ijsbloem – maandgedicht november 2016

ijsbloemen

Stichting Willem de Mérode organiseert een Willem de Mérode-dag op zaterdag 5 september 2026 te Eerbeek. Het belooft een een boeiende literaire dag te worden rond de dichter Willem de Mérode en de romanschrijfster Wilma Vermaat (de vertrouwenspersoon van De Mérode.

De deelnemers komen dan (met eigen vervoer) op twee locaties bij elkaar: Eerbeek, waar De Mérode honderd jaar geleden kwam wonen en in 1939 overleed, en Beekbergen/ Lieren, waar Wilma van 1925 tot 1967 woonde. Komt u ook?

Poster Willem de Mérodedag 2026 te Eerbeek en Beekbergen

Pas schreef ik een artikel over de koudegolf in de winter van 1708/1709. Mensen konden toen van Venetië naar het vasteland over de bevroren lagune. In heel Europa was het bar en bar koud. Even zoeken wat De Mérode over vrieskou schrijft … en zo stuitte ik op dit mooie, lyrische gedicht van Willem de Mérode, “De ijsbloem”.

III De ijsbloem

Het vriest, de nevels moeten wijken.
Men stookt in hut en in paleis.
En ’s morgens op de ramen prijken
De wonderbloemen van het ijs.

O flonkertak, o ranke varen,
O tooverspel van vocht en wind,
Uw schitteren, waar wij naar staren,
Wijkt voor den adem van een kind.

Het glas is helder als voor dezen.
Heeft kinderadem zulk een kracht,
Hoe machtig moet Uw Adem wezen,
Heer, die ons reinigen volbracht!

 

Uit: Langs Den Heirweg (1926-1932), Emblemata, III, geschreven op 31 juli 1931.

CATEGORIES:

maandgedicht

No responses yet

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Latest Comments

  1. Anneke Groot op Reacties