Laatste update op 7 februari 2016

Misschien is dit wel het allereerste gedicht dat De Mérode ooit ter publicatie heeft aangeboden. Hij schreef het in een serie van tien gedichten in 1907 en het gedicht maakt onderdeel uit van de vroegste poëzie van zijn hand. Hans Werkman bundelde en publiceerde ze alsnog in ‘Dorp bij Zomeravond’, postuum gepubliceerd op de 75e sterfdag van De Mérode in 2014.

Dorp bij Zomeravond

Langs ’t oude kerkje werpt de manelamp
Zilverig schijnsel. Lichtstraal dartelt neer
Door zacht-bewegend loover. Heen en weer
Kringelt een vleermuis door den avonddamp.

Twee mannen staan te praten, lachen klinkt.
Ginds klapt een vrouwtje ’t kleine tuinhek dicht
En kuiert naar de deur; in manelicht
Heel eventjes haar witte mutsje blinkt.

In ’t donker, langs de zwarte boomenrij
Wandelt een paartje, traag in ’t huiswaarts gaan.
Een waakhond blaft een man op rijwiel aan;
Een bel rinkt helder; lichtglans zweeft voorbij

handtekening Willem de Mérode

Uit: Dorp bij Zomeravond, de vroegste poëzie van De Mérode. Geschreven 1 juli 1907.

Kersenbloesem


0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

− 3 = 1