De peer

O peer, o gulden flessche
Vol sap, versneeuwde gloed,
Doorhonigd moes van bessen,
Schuim van jong druivenbloed.
O koelgestelde spijze!

Hoe noem ik wat ik proef,
Uw smaak, uw geur? En wijze
Nog nagenietend prijze?
Eenzaam geluk, dat lijze
Zwaar wordt en droef !

Verschenen in Kaleidoscoop (1927, 1931-1936), geschreven op 24 september 1932

Categorieën: maandgedicht

0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

− 3 = 1