Aan een onbekende – maandgedicht augustus 2020

paraplu, regen

Stichting Willem de Mérode organiseert een Willem de Mérode-dag op zaterdag 5 september 2026 te Eerbeek. Het belooft een een boeiende literaire dag te worden rond de dichter Willem de Mérode en de romanschrijfster Wilma Vermaat (de vertrouwenspersoon van De Mérode.

De deelnemers komen dan (met eigen vervoer) op twee locaties bij elkaar: Eerbeek, waar De Mérode honderd jaar geleden kwam wonen en in 1939 overleed, en Beekbergen/ Lieren, waar Wilma van 1925 tot 1967 woonde. Komt u ook?

Poster Willem de Mérodedag 2026 te Eerbeek en Beekbergen

De onbekende

Dit is voor u, die ik niet ken.
Dit kunnen enkel woorden wezen,
Die zeggen, dat ‘k gelukkig ben,
Om u, nu ‘k langzaam ga genezen
Van ziekte en zorg en zonde en dood.-
De wind doet alle misten deinen
En zonneschijn laat aardes, nood
Zóó bliksemsnel verheerlijkt schijnen,
Dat wij vermoeden slechts te droomen
Van bitterheid en leed en pijn,
Ons leven schikkend tot de vrome
Geluksverwachting, blank en rein. –
Zoo was uw aangezicht genegen,
Een oogenblik, naar mijn gelaat.
Een wazen zilvren licht van regen
Hing in de schemerige straat.
En ieder ging met rasse passen
Recht toe en rakelings voorbij,
Wie weet, het gauw geluk verrassen,
Waar elk naar jaagt, waar ik om lij.
Toen schreedt, in aarzelend meedoogen,
En nog te snel, gij langs mij heen.
Ik zag het glanzen uwer oogen,
Uw lippen beven .. .. stond alleen. –

Waar in de wereld u te vinden?
De stad is groot, het land is wijd.
Hoe vind ‘k, beminde, mijn beminde?
Hoe weet ik wanneer gij het zijt,
Als ‘k ’s avonds speur op plein en straten
Van glans en lichten zalig blind?
De bloei van oogen en gelaten
Maakt mij gelukkig als een kind.
En d’ijle dronkenschap der zinnen
Bij’ ’t zien van t’ avondlijk festijn
Verzaligt als geheim beminnen
En als vermoed bemind te zijn,
Maar waar zijt gij? Dit late leven
Beweegt altijd in ander licht.

En nooit zie ik het zilvren beven,
Dat toen verijlde om uw gezicht.
En nooit zie ik de bleeke wadem
Die toen verzweefde door de stad,
Alsof het licht zijn zuivere adem
Een oogenblik verzichtbaard had.
Dit is voorbij …. en nooit vereenen
Zich lief en liefste onbekend.
En zien wij ons . . . . het uur is henen
Waarin zich hart tot harte wendt.

En dit is droefst: gij zult niet weten,
Hoe ik mijn leed om u verwon.
Gij zijt dien middag lang vergeten,
Toen uw gelaat was als een zon.
Gij weet het niet, dat mijn ellende
Werd tot een blanke zaligheid,
En dat gij mij, een onbekende,
Zijt duizendmaal gebenedeid,
Omdat, een zilvren waas van regen
Hing in de schemerige straat,
Uw aangezicht was toegenegen,
Een oogenblik, naar mijn gelaat.

Verschenen in De overgave, geschreven op 9 maart 1916

CATEGORIES:

maandgedicht

No responses yet

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Latest Comments

  1. Anneke Groot op Reacties