Antinoüs – maandgedicht mei 2010

Stichting Willem de Mérode organiseert een Willem de Mérode-dag op zaterdag 5 september 2026 te Eerbeek. Het belooft een een boeiende literaire dag te worden rond de dichter Willem de Mérode en de romanschrijfster Wilma Vermaat (de vertrouwenspersoon van De Mérode.

De deelnemers komen dan (met eigen vervoer) op twee locaties bij elkaar: Eerbeek, waar De Mérode honderd jaar geleden kwam wonen en in 1939 overleed, en Beekbergen/ Lieren, waar Wilma van 1925 tot 1967 woonde. Komt u ook?

Poster Willem de Mérodedag 2026 te Eerbeek en Beekbergen

Antinoüs

I Museo Vaticano

Hoe zouden goden onder mensen wònen?
Ach, zij vertoeven slechts een korten tijd,
Dat men hun trouw en onderworpenheid
En dan een leven van verlangen toone.

Het was den keizer, of een flits van zon
Door zijn gesloten oogen kwam geschoten
En nooit had hij een feller glans genoten,
En zaalger gloed hij nooit genieten kon.

Toen hij steil opvoer uit verschrikten slaap,
Voelde hij ‘t lachen van den vreemden knaap,
Een gouden warmte vloeien langs zijn voeten.

Door ‘t lager daverde trompetgeschal,
En ‘t leger knielde, toen hij het beval
Den smettelooze als hoogsten god te groeten.

II

Wat was zijn wijlen vluchtig bij den heer,
Die ‘t leven voor zijn zachte voeten breidde
Als een tapijt van goudgevlamde zijde,
Hem hullend in het pantser van zijn eer.

Toen kwam de dag, dat hij zijn wederkeer
Naar ‘t heilig huis der eeuwigen verbeidde.
De koele stroomgod bood hem zijn geleide,
En vleesloos dook hij in de golven neer.

Toen boog zich Hadrianus zinneloos
Over den stillen witten waterroos,
Enn kuste den van heerlijkheid vervulde.

Het leger hoorde schel trompetgeschal
En knielde, toen de keizer streng beval,
Dat hij Antinous als god slechts duldde.
handtekening Willem de Mérode

13 september 1923 (Nalezing IV uit Verzamelde Gedichten)

CATEGORIES:

maandgedicht

Comments are closed

Latest Comments

  1. Anneke Groot op Reacties