‘The blue boy’- maandgedicht oktober 2017

By | 15 oktober 2017

De naïviteit van de jeugd. Jong, enthousiast en zonder zorgen. De Mérode ziet de prille seksualiteit die in het verschiet ligt, al bijna aan te raken. Ik vind het nogal een ondeugend gedicht en moet onwillekeurig denken aan ‘De spinario’, de doornuittrekker.

‘The blue boy’

Ik draag het leven in zijn rijksten tooi,
Gelijk mijn zachte blauwe zijden kleeren.
Een weelge wappering van koele veeren
Is ’t aan mijn oren: ’t leven is zoo mooi!

Zie mijn gestalte: kostelijk en trotsch
De kloeke bouw der lenig jonge leden.
Nog ken ik niet dan moeders teederheden
En ben zoo rein gelijk een engel Gods.

Maar om mijn mond schemert het weeke smachten
Naar liefde, die mijn droomen slechts vermoeden,
En in mijn oogen leeft de glans van nachten,
Wier heerlijkheid geen daglicht kan vergoeden.
En rustig wacht ik vreugden, die nog komen,
’t Leven is heerlijk als het wordt genòmen!

Uit: ‘De overgave’, geschreven op 20 mei 1927.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *