De lichtstreep

De Lichtstreep, opgebouwd uit 'De Rouwtoorts', 'De Gedroomde Zoon', en 'De Zachte Fluit', wordt door velen beschouwd als een van de beste bundels van De Mérode, waaronder de intiemste gedichten die hij heeft geschreven.
Persoonlijk vond hij dit zijn allerbeste bundel. Hij schreef hierover aan Barend de Goede: "... daar heb ik eerst een paar jaar met verdriet van omgelopen, eer ik er over schrijven kon ...". Vooral 'De Gedroomde Zoon' is een geliefd gedicht.
Uit: DE ROUWTOORTS (1926)
..."
God heeft u van mij afgeëischt,
En nu de teedere avond grijst,
Buig ik, niet meer vermetel,
Bij uwen leegen zetel.
Hoe zal ik zeggen, ziek van leed:
"Hij doe, al schijnt het nog zoo wreed,
Wat goed is in Zijn oogen,
Zijn recht is volg meedoogen."
O dit, dat Hij zijn kindren slaat,
En plotsling in hun midden staat
Om 't liefste weg te rukken!
En duidelijk hoor 'k mij gezegd:
"Kind! Ik heb veilig weggelegd,
Wat anders viel in stukken."
" ...
Uit: De lichtstreep (1929)